Wij gebruiken cookies
Wij maken gebruik van cookies en andere tracking-technologieën om uw surfervaring op onze website te verbeteren, om gepersonaliseerde inhoud en advertenties te tonen, om ons websiteverkeer te analyseren en om te begrijpen waar onze bezoekers vandaan komen.
Tevredenheid voert de boventoon FrieslandCampina en Arla over de resultaten van het voorbije jaar. Ook voor dit jaar worden vooralsnog geen grote verstoringen voorzien. Wel kijken beide zuivelreuzen aan tegen eenzelfde probleem waar ze niet zomaar een antwoord op hebben...
Bij FrieslandCampina is het probleem het meest acuut. Met nog maar net 9 miljard kilo melk dreigt verlies van kritische massa, maar de voorgenomen fusie met Milcobel brengt uitkomst. In ieder geval voorlopig, want ongeveer 900 miljoen kilo extra geeft weer wat lucht. Wel kampt de Belgische melkveehouderij met deels dezelfde problemen als de Nederlandse. Door strenge milieuregels stoppen steeds meer boeren en komt ook de totale melkproductie steeds meer in gevaar.
Arla heeft met 13,8 miljard kilo een groter melkvolume, en is qua verwaarding ook iets minder efficiënt, want maakt per kilo melk iets minder omzet. Bij Arla is de omzet ruwweg €1 per liter melk, bij FrieslandCampina is de omzet ruim €1,50 per liter melk. Arla kan dus nog wel iets meer waarde halen uit haar melkvolume. Ook is het rendement bij FrieslandCampina hoger, al ontlopen de totale winst en de melkprijs elkaar uiteindelijk niet zo veel.
Beide bedrijven zeggen te verwachten dat de melkaanvoer de komende jaren verder zal dalen, maar wagen zich niet aan prognoses daarover. De situatie waarin de twee zuivelreuzen zitten staat eigenlijk symbool voor de toestand in de zuivelsector in heel Noordwest-Europa, met uitzondering van Groot-Brittannië. Ook daar loopt de melkaanvoer terug, maar daar meer vanwege andere factoren.
Hard concurreren voor gunst melkveehouder
De zuivelbedrijven in Noordwest-Europa die willen blijven, moeten de komende jaren hard concurreren om de gunst van de melkveehouder. Dat is een geluk bij een ongeluk voor de melkveehouder, die het op alle fronten zwaar heeft, maar het is een last voor de verwerker. De strijd wordt het hardst uitgevochten in de Nederlandse zuivel, waar coöperaties hun toetredingsvergoeding verlagen of schrappen en waar de overnemende partij het uittreedgeld betaalt. Het heeft evenwel ook grensoverschrijdende gevolgen, in België en in Duitsland langs de Nederlandse oostgrens. Daar worden momenteel misschien wel de meeste nieuwe leden en leveranciers geworven. Een coöperatie als DMK ziet het met lede ogen aan, want die signaleert ook minder melk.
Arla mengt zich nog niet heel actief in het gevecht, maar omarmt nieuwkomers ook met liefde. Zelfs in Noord-Frankrijk wordt met zorg gekeken naar de verwachte vestiging van FrieslandCampina aan hun grenzen. Coöperatie Sodiaal bijvoorbeeld vreest dat ook aan haar boeren wordt getrokken.
Boeren aan de dijk gezet
Het enige Noodwest-Europese land waar niet aan de melkveehouder wordt getrokken, is Groot-Brittannië. Daar zetten grote zuivelbedrijven als Saputo en Müller boeren in veraf gelegen regio's aan de dijk om kosten te besparen, met ook dan het gevolg dat de melkaanvoer terugloopt. De gedropte melkveehouders hebben geen alternatief. Lactalis maakte vorig jaar bekend dat het in Oost-Frankrijk ook boeren kwijt wil, maar daar is vaak nog wel een ander die hen wil. In Groot-Brittannië is dat doorgaans anders. Dergelijke luxe problemen zijn in het overzichtelijke Noordwest-Europa bij lange na niet aan de orde.