De stikstofverliezen van een groot aantal emissie-arme melkveestaltypes kunnen behoorlijk afwijken van de officieel vastgestelde emissiefactor, zo blijkt uit nog vertrouwelijk onderzoek van Wageningen UR. Onderzoek dat in de voorbij weken ook aan de sectororganisaties is voorgelegd.
Dit is misschien geen grote verrassing, maar het toont wel aan hoe kwetsbaar ook moderne staltypes, met bestaande vergunningen, zijn voor juridische procedures. Als activistische groepen bij de provincies een passende beoordeling plus handhaving vragen voor deze stallen, dreigen veel melkveebedrijven, maar ook rundvee, varkens en pluimveebedrijven, in de problemen te komen. Dit kan op grond van de Wet Natuurbescherming (Wsn). Om hen vervolgens te helpen, is weer extra emissieruimte nodig, zoals nu ook wordt gezocht voor duizenden PAS-melders en interimmers.
Grote uitslagen
Voor het onderzoek bij emissiearme stallen in de melkveehouderij is gebruik gemaakt van data van de Kringloopwijzer, die Wageningen UR als onderzoeksinstelling kan opvragen bij ZuivelNL. Uit de gepresenteerde gegevens van Wageningen Livestock Research van tientallen RAV-codes (staltypes) blijkt dat de uitslagen ten opzichte van de officiële emissiefactor groot kunnen zijn en uiteen kunnen lopen van 11% tot 25% stikstofverlies. Vorig najaar haalde milieuorganisatie MOB voor de Raad van State de vergunning onderuit van een aantal emissiearme stallen in Utrecht. Het hoogste rechtsorgaan stelde toen vast dat voor twee staltypes passende beoordelingen moesten worden aangevraagd. Het onderzoek van Livestock Research toont aan dat dit voor heel veel meer RAV-staltypes kan worden aangevraagd.
Juriste Franca Damen meldt op haar website dat het Europese Hof van Justitie tot dezelfde conclusie komt als de Raad van State.